Spring naar inhoud

Jaarrekening

Balans per 31 december 2025

(Activa na verwerking voorstel bestemming) resultaat (x €1.000)
  31-12-2025 31-12-2024
A. Vaste activa    
1. Vastgoedbeleggingen    
1.1. Vastgoed in exploitatie:    
- DAEB vastgoed in exploitatie 582.609 572.945
- Niet DAEB vastgoed in exploitatie 1.514 1.631
1.2. Vastgoed in ontw. bestemd eigen expl. 1.518 1.160
Totaal van vastgoedbeleggingen 585.641 575.736
     
2. Materiële vaste activa    
2.1. Onr. en roerende zaken t.d.v. expl. 2.832 2.877
Totaal van materiële vaste activa 2.832 2.877
     
3. Financiële vaste activa    
3.1. Latente belastingvorderingen 355 746
Totaal financiële vaste activa 355 746
     
Totaal van vaste activa 588.828 579.359
     
B. Vlottende activa    
4. Vorderingen    
4.1. Huurdebiteuren 69 60
4.2. Overheid 163 6
4.3. Belastingen/premies soc.verz. 325 372
4.4. Overige vorderingen 57 47
4.5. Overlopende activa 53 53
Totaal van vorderingen 667 538
     
5. Liquide middelen 3.680 1.046
     
Totaal van vlottende activa 4.347 1.584
     
     
Totaal van activa 593.175 580.943
(Passiva na verwerking voorstel bestemming resultaat) (x €1.000)
  31-12-2025 31-12-2024
C. Eigen vermogen    
6.1. Herwaarderingsreserves 359.599 357.428
6.2. Overige reserves 165.650 157.662
Totaal van eigen vermogen 525.249 515.090
     
D. Voorzieningen    
7.1. Voorziening voor onr. inv. en herstructureringen 0 5.631
7.2. Overige voorzieningen 100 412
Totaal van voorzieningen 100 6.043
     
E. Langlopende schulden    
8.1. Schulden aan banken 59.131 57.107
Totaal van langlopende schulden 59.131 57.107
     
F. Kortlopende schulden    
9.1. Schulden aan overheid 3 1
9.2. Schulden aan banken 3.676 1.132
9.3. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.439 406
9.4. Schulden t.z.v. bel./premies soc.verz./pensioenen 2.078 210
9.5. Overlopende passiva 1.499 954
Totaal van kortlopende schulden 8.695 2.703
     
Totaal van passiva 593.175 580.943

Winst- en verliesrekening over 2025

Winst- en verliesrekening – functionele indeling

(x €1.000)
  2025 2024
1. Resultaat exploitatie vastgoedportefeuille    
1.1. Huuropbrengsten 24.982 23.906
1.2. Opbrengsten servicecontracten 805 745
1.3. Lasten servicecontracten -890 -933
1.4. Lasten verhuur en beheeractiviteiten -2.187 -1.844
1.5. Lasten onderhoudsactiviteiten -8.498 -10.328
1.6. Overige dir. operationele lasten exploitatie bezit -1.367 -1.321
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 12.845 10.225
     
2. Resultaat verkoop vastgoedportefeuille    
2.1. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.500 1.040
2.2. Toegerekende organisatiekosten -29 -26
2.3. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.205 -844
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport. 266 170
     
3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
3.1. Overige waardeverandering van vastgoedportefeuille -2.952 -15.014
3.2. Niet-ger. waardeverandering vastgoedportefeuille 6.403 65.543
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.451 50.529
     
4. Overige organisatiekosten -2.046 -1.331
     
5. Kosten omtrent leefbaarheid -747 -769
     
6. Financiële baten en lasten    
6.1. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 95 68
6.2. Rentelasten en soortgelijke kosten -1.490 -1.394
Totaal van financiële baten en lasten -1.395 -1.326
     
Totaal van resultaat voor belastingen 12.374 57.498
     
7. Belastingen -2.215 -1.810
     
Nettoresultaat na belastingen 10.159 55.688

Kasstroomoverzicht over 2025

Kasstroomoverzicht-directe methode

(x €1.000)
  2025 2024
KASSTROOM OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
1.1. Huurontvangsten  24.986   23.908 
1.2. Vergoedingen  801   752 
1.3. Overige bedrijfsontvangsten  109   128 
1.4. Ontvangen interest  27   9 
Saldo ingaande kasstromen  25.923   24.797 
     
1.5. Betaling aan werknemers  3.544   3.350 
1.6. Onderhoudsuitgaven  6.319   9.500 
1.7. Overige bedrijfsuitgaven  5.294   4.313 
1.8. Betaalde interest  1.313   1.353 
1.9. Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat  34   48 
1.10. Leefbaarheid externe uitgaven niet inv.gebonden  112   210 
1.11. Vennootschapsbelasting  338   1.220 
Saldo uitgaande kasstromen  16.954   19.994 
     
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten  8.969   4.803 
     
KASSTROOM (DES) INVESTERINGSACTIVITEITEN    
2.1. Verkoopontvangsten bestaande huur  1.536   1.052 
2.2. Verkoopontvangsten grond  2   8 
Totaal van ontv. uit hoofde van vervreemding van MVA  1.538   1.060 
     
2.3. Nieuwbouw huur  7.062   1.986 
2.4. Verbeteruitgaven  4.970   9.166 
2.5. Aankoop  5   1 
2.6. Sloopuitgaven  203   251 
2.7. Investeringen overig  242   111 
Totaal van verwerving van MVA  12.482   11.515 
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA  -10.944   -10.455 
     
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten  -10.944   -10.455 
     
KASSTROOM INVESTERINGSACTIVITEITEN    
3.1. Nieuwe te borgen leningen  5.700   8.300 
3.2. Nieuwe ongeborgde leningen  -   - 
3.3. Aflossing geborgde leningen  307   2.787 
3.4. Aflossing ongeborgde leningen  784   754 
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten  4.609   4.759 
     
Toename (afname) van geldmiddelen  2.634   -893 
     
Geldmiddelen aan het begin van de periode  1.046   1.939 
Geldmiddelen aan het einde van de periode  3.680   1.046 

Kengetallen

Gegevens woningbezit

  2025 2024 2023 2022 2021
Aantal verhuureenheden          
1. Woningen/woongebouwen 3.545 3.549 3.574 3.546 3.561
2. Zorgeenheden 172 156 156 156 156
3. MOG 4 3 5 7 7
4. Garageboxen (niet-DAEB) 80 80 80 80 80
5. BOG (niet-DAEB) 3 3 3 3 3
Totaal 3.804 3.791 3.818 3.792 3.807
           
Mutaties in het woningbezit          
1. Aantal opgeleverd 3 5 51 - 32
2. Aantal verkocht 7 5 20 15 14
3. Aantal gesloopt - 27 4 - 75
4. Aantal samengevoegd/gesplitst - - 1 - -
5. Aantal zorgeenheden 16 - - - -10
6. Aantal maatschappelijk vastgoed 1 - - - -10
           
Huurprijsklasse woningen *          
1. Kwaliteitskortingsgrens 492 472 649 688 810
2. Aftoppingsgrens laag 2.911 2.958 2.838 2.618 2.659
3. Aftoppingsgrens hoog 88 57 50 186 75
4. Maximale huurgrens 54 62 37 53 16
5. Boven liberalisatiegrens - - - 1 1

Verhuur woningbezit

  2025 2024 2023 2022 2021
1. Aantal verhuringen (Daeb) 257 247 328 277 310
2. Aantal mutaties (leeggekomen) 282 264 300 308 343
3. Mutatiegraad 8,0 7,4 8,4 8,7 9,6
4. Acceptatiegraad 46 71 74 75 73
5. Huurachterstand in % jaarhuur 0,3 0,3 0,3 0,3 0,6
6. Huurderving in % jaarhuur 1,1 0,6 0,8 0,9 1,7
7. Huurverhoging woningbezit 5,0 5,3 2,6 2,3 0
8. Gem. leeftijd woningbezit (jaren) 44,5 43,4 42,5 42,1 41,5
           
Prijs-kwaliteitverhouding          
1. Gemiddeld aantal punten WWS 167 162 153 151 152
2. Gemiddelde netto huurprijs 572 545 514 503 491
3. Gemiddelde netto markthuurprijs 993 909 926 811 776
4. Gemiddelde netto beleidshuurprijs 628 602 567 503 491
5. Gemiddelde prijs per punt 3,43 3,37 3,36 3,34 3,23
6. Huurprijs in % max. red. huurprijs 54 54 56 61 61

Kwaliteit woningbezit

  2025 2024 2023 2022 2021
Onderhoud          
1. Totaal aantal reparatieverzoeken 2.381 2.640 2.640 2.538 2.783
2. Aantal reparatieverzoeken p/won. 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8
3. Reparatiekosten per reparatie 528 490 491 484 410
4. Mutatiekosten per mutatie 2.884 3.402 2.182 1.902 3.279
5. Norm onderhoud (cf. begroting) 2.250 2.200 2.000 1.750 1.500
5. Onderhoud per woning:          
5.1. Reparatieonderhoud 354 365 363 346 321
5.2. Mutatieonderhoud 228 257 175 146 272
5.3. Vraaggestuurd onderhoud 515 576 635 605 503
5.4. Planmatig onderhoud 1.089 1.199 1.094 880 961
5.5. Planmatig onderhoud - GO 211 514 14 387 43
5.6. Totale kosten onderhoud 2.397 2.911 2.281 2.364 2.100

Financiële continuïteit

  2025 2024 2023 2022 2021
1. Solvabiliteit (marktwaarde) 88,55 88,66 88,78 87,63 87,87
2. Solvabiliteit (beleidswaarde) 82,50 83,93 80,56 79,47 72,63
3. Rentabiliteit eigen vermogen 1,9 10,8 1,2 5,4 15,5
4. Rentabiliteit totaal vermogen 2,3 10,1 1,6 5,3 14,3
5. Liquiditeit (current ratio) 0,5 0,6 0,6 0,8 0,9
6. Rentevoet externe financiering 2,4 2,4 2,8 2,5 2,8
7. Interne financiering per woning 148.094 145.807 127.963 126.667 119.584
8. Rente dekkingsratio (ICR) 7,8 4,5 5,7 4,0 -0,6
9. Loan to Value (beleidswaarde) 16,2 14,0 17,8 19,5 26,9
10. Dekkingsratio (marktwaarde) 10,3 10,5 11,1 12,2 13,4
11. Dekkingsratio (Woz-waarde) 8,3 8,2 7,9 10,3 11,0
12. Onderpandratio 9,2 9,2 10,1 11,1 10,0

Balans en W & V

  2025 2024 2023 2022 2021
1. Marktwaarde per woning 158.175 156.273 136.913 135.533 128.337
2. Beleidswaarde per woning 100.329 108.064 75.737 77.473 51.858
3. WOZ-waarde per woning 208.228 195.553 183.696 158.848 141.892
4. Geleend bedrag per woning 17.705 16.398 14.964 16.805 16.120
5. Eigen vermogen per woning 148.166 145.137 128.540 128.061 120.674
6. Rentebaten per woning 15 8 2 - -
7. Rentelasten per woning 420 393 420 422 448
8. Jaarresultaat per woning 2.866 15.691 1.482 6.877 18.717

Personeelszaken

  2025 2024 2023 2022 2021
1. Aantal werknemers 48 47 41 43 33
mannen 28 25 21 26 22
vrouwen 20 22 20 17 11
2. Aantal formatieplaatsen 42,5 41,6 35,7 37,3 29,4
3. Aantal inleners 5 4 3 - 7
4. In dienst 5 10 5 15 6
5. Uit dienst 4 4 7 5 3
6. Aantal parttime werknemers 23 (48%) 22 (47%) 22 (54%) 20 (47%) 17 (52%)
mannen (% mannen in deeltijd) 7 (25%) 7 (28%) 6 (29%) 7 (-27%) 8 (32%)
vrouwen (% vrouwen in deeltijd) 16 (80%) 15 (68%) 16 (80%) 13 (76%) 9 (82%)
7. Jubilarissen 1 - - 2 -
8. Gemiddelde leeftijd 47,5 46,6 45,2 48 50,5
9. Gemiddelde dienstjaren 10,6 10,7 11,6 13,9 18,5
10. Kosten opleiding/training € 87.612  € 91.132  € 63.828  € 109.561  € 60.546 
11. Ouderschapsverlof - 2 3 2 4
12. Generatiepact 1 1 1 1 1
13. Ziekteverzuim (%) 5,12 4,00 3,09 3,72 4,51
           
Aantal formatieplaatsen per 1000 woningen gesplitst naar activiteiten
1. Directeur-bestuurder 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3
2. Staf 1,6 1,6 1,2 0,9 0,6
3. Klant & Thuis 2,2 2,3 2 2 1,8
4. Klant & Thuis - Techniek 2,6 2,9 2,6 2,9 2,3
5. Huis & Bedrijf 2,2 1,8 1,3 1,6 1,2
6. Vastgoed & Projecten 1,9 1,6 1,6 1,5 1,3
7. Leefbaarheid 1,2 1,2 1 1,3 0,8
8. Totaal formatieplaatsen 12 11,7 10 10,5 8,3
9. Werkelijk aantal personeelsleden 13,5 13,2 11,5 12,1 9,3

Waarderingsgrondslagen

Grondslagen van waardering in de jaarrekening

Algemeen

Stichting Dynhus is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. Zij heeft het werkgebied beperkt tot de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest Fryslân en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire en feitelijke vestigingsplaats is Balk, het nummer van de Kamer van Koophandel is 01031931. De activiteiten bestaan voornamelijk uit het verhuren, onderhouden en nieuw bouwen van sociale huurwoningen.

Regelgeving

Dynhus heeft de jaarrekening opgesteld met in achtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van BW2 Titel 9 voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn tevens het Besluit Toegelaten Instellingen volkshuisvesting en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting van toepassing. Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet Normering Topinkomens (WNT) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (herzien 2016) in het bijzonder.

Jaarrekening

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Schattingen

Bij het opstellen van de jaarrekening zijn, overeenkomstig algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen gedaan die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken. Ten opzichte van het voorgaande jaar is de schattingsmethodiek voor de voorziening jubileumuitkeringen gewijzigd. Tot en met vorig jaar werd de voorziening bepaald door per jubileummoment het volledige uitkeringsbedrag op te nemen. Vanaf het huidige boekjaar wordt bij de bepaling van de voorziening rekening gehouden met een opbouw naar rato van het dienstverband, alsmede met een verwachte realisatiekans van 80%.

Vergelijkende cijfers

De cijfers van 2024 zijn, waar nodig, aangepast teneinde vergelijkbaarheid met 2025 mogelijk te maken.

Leningruil Vestia

Dynhus heeft in 2021 in het kader van de leningruil Vestia een hoofdsom van de nieuw aangetrokken lening ontvangen en verplicht zich met de leningruil tot het betalen van rente en aflossing voor de Vestia-lening. Dit is te beschouwen als een samengestelde transactie (RJ 190.401). De met de leningruil aangetrokken lening is bij eerste verwerking in de balans gewaardeerd tegen de reële waarde (RJ 254.201). Ten opzichte van de ontvangen nominale hoofdsom treedt daarbij een verlies op in de vorm van een agio. Dit verlies bedraagt de contante waarde van de jaarlijkse bijdrage gedurende de looptijd van 40 jaar, met de marktrente 40 jaar fixe als disconteringsvoet.
Het verlies is in 2021 als volkshuisvestelijke bijdrage verantwoord onder de 'Overige organisatiekosten'. Na de eerste verwerking wordt de lening gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs (RJ 254.002). Amortisatie gebeurt met de effectieve rentemethode. Deze verwerking voldoet aan RJ-uiting 2021-11 (presentatie volkshuisvestelijke bijdrage door toegelaten instellingen volkshuisvesting) en werd afgestemd met verslaggevingsspecialisten van accountantskantoren en woningcorporaties.

Grondslagen van balanswaardering in de jaarrekening

Vastgoedbeleggingen

Vastgoed in exploitatie

Binnen de onroerende zaken in exploitatie hebben wij de volgende typen vastgoed onderscheiden:

  • woongelegenheden (eengezins-, meergezinswoningen);
  • intramuraal zorgvastgoed (ZOG);
  • maatschappelijk onroerend goed (MOG);
  • bedrijfsmatig onroerend goed (BOG);
  • parkeergelegenheden (garageboxen).

De onroerende zaken in exploitatie worden op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed, rekening houdend met de criteria van de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen. DAEB vastgoed betreft conform deze criteria de woningen met een huurprijs per contractdatum tot aan de huurliberalisatiegrens en het maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de EC-beschikking d.d. 15 december 2009. Niet-DAEB vastgoed omvat overeenkomstig de eerder genoemde criteria de woningen met een huurprijs per contractdatum boven de huurliberalisatiegrens.
Dynhus hanteert de basisversie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor woongelegenheden en parkeergelegenheden. Dynhus hanteert de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG) en intramuraal zorgvastgoed (ZOG), omdat de huursom van dit vastgoed tezamen meer bedraagt dan 5% van de totale huursom. Consequentie is dat voor dit vastgoed een taxateur moet worden ingeschakeld.

Groot onderhoud

In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Grondslag waardering tegen actuele waarde gebaseerd op marktwaarde

Het Daeb en niet-Daeb vastgoed in exploitatie wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten. Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen marktwaarde, die overeenkomstig artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 plaatsvindt conform de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021). Bij het toepassen van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 wordt de basisversie/full-versie gehanteerd. Voor een verdere toelichting op de toepassing van het waarderingshandboek wordt verwezen naar de toelichting op de balans.

Complexindeling

Om de marktwaardewaardering van het onroerend goed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex. De complexindeling is in 2024 aangepast om aan te sluiten bij de technische complexen in de MJOB.

Door exploiteer- en uitpondscenario

De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cash flow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het door exploiteer scenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

De marktwaarde in verhuurde staat is op waardering complex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het door exploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen.

Macro economische parameters

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters conform handboek 2025 - peildatum 31 december 2025.

Inschakeling taxateur

De taxatie van het bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en intramuraal zorgvastgoed is in 2025 uitgevoerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs met bovendien de aantekening voor ‘Groot Zakelijk Vastgoed’. De taxaties worden uitgevoerd conform NRVT rapportage vereisten voor een full taxatie volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Eens per drie jaar wordt volledig opnieuw getaxeerd. In de overige jaren wordt door een externe taxateur gewaardeerd volgens een markttechnische update. Het taxatiedossier is op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit Woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

De vrijheidsgraden zijn toegepast op: markthuur, exit yield, disconteringsvoet en onderhoud.

Herwaardering

Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van de onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. (ongerealiseerde) Winsten of verliezen, ontstaan door een wijziging in de actuele waarde, worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van initiële kostprijs overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd die wordt toegelicht bij het eigen vermogen.

Mutaties tijdens het boekjaar

Nieuwbouwwoningen die gedurende het verslagjaar in exploitatie komen, worden aan het eind van boekjaar gewaardeerd tegen marktwaarde op basis van het waarderingshandboek. Woningen die gedurende het verslagjaar uit de exploitatie gaan wegens verkoop of afbraak, worden tegen marktwaarde van het vorige boekjaar afgeboekt.

Beleidswaarde

In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving heeft Richtlijn 645 betrekking op de jaarverslaggeving van Toegelaten Instellingen. De beleidswaarde beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa toe te rekenen toekomstige kasstromen, gebaseerd op een 60-jaars exploitatie periode. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het door-exploiteerscenario. Er wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten o.b.v. een 60-jaars meerjarenonderhoudsbegroting (MJOB) op complexniveau waarbij de onderhoudslasten jaarlijks variëren.
  4. Inrekening normbedrag voor toekomstige verhuur- en beheerslasten, zoals deze zijn opgenomen onder ‘Lasten verhuur- en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de winst-en-verliesrekening.
  5. Het hanteren van een geüniformeerde (sociale) disconteringsvoet.
  6. Inrekening van harde verplichtingen: het uitfaseren van E-, F- en G-labels.

De beleidswaarde van BOG/MOG/ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

De onroerende zaken in ontwikkeling zijn gewaardeerd tegen de tot en met balansdatum bestede bedragen. Deze bestede bedragen zijn verminderd met het reeds voorziene onrendabele deel per te realiseren project.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken t.d.v. de exploitatie

Deze activa zijn gewaardeerd tegen aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen bepaald op basis van de verwachte economische levensduur. De afschrijvingen zijn gebaseerd op het lineaire systeem.

Afschrijvingsmethode en –termijnen
  Methode Periode
Bedrijfspand Balk Lineair 20 jaar
Bedrijfspand Workum Lineair 35 jaar
Bedrijfspand Lemmer Marktwaarde Taxatie na 5 jaar
Zonnepanelen Lineair 15 jaar
Inventarissen Lineair 5 jaar
Vervoermiddelen Lineair 5 jaar

Financiële vaste activa

Latente belastingvordering

Voor latente belastingen wordt een vordering dan wel een voorziening getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten. Er wordt uitsluitend een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van het tijdelijke verschil dan wel compensabele verliezen kunnen worden aangewend. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd. Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de vlottende activa of onder de financiële vaste activa indien de verwachte looptijd langer is dan een jaar. De latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen. De latenties worden gewaardeerd tegen contante waarde. Saldering van latenties vindt plaats indien en voor zover de corporatie is bevoegd tot saldering, simultane afwikkeling en tevens het stellige voornemen heeft om dit te doen.

Vlottende activa

Vorderingen

Vorderingen worden in eerste instantie opgenomen tegen reële waarde. Vervolgwaardering vindt plaats tegen geamortiseerde kostprijs. Indien noodzakelijk wordt een voorziening voor oninbare vorderingen gevormd. Per ultimo 2025 werd een dergelijke voorziening niet noodzakelijk geacht.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit banktegoeden met een looptijd korter dan twaalf maanden. De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, zijn direct opvraagbaar en staan ter vrije beschikking.

Voorzieningen

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

De voorziening nieuwbouw betreft het bedrag aan genomen onrendabele toppen onder aftrek van de werkelijk bestede bedragen per nieuwbouwproject. Er kan ook sprake zijn van investeringen in bestaande woningen, waaronder duurzaamheidsinvesteringen. De definities voor investeringen of kosten, artikel 14a Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, hebben de scheidslijn tussen investeringen of kosten scherper getrokken. De bepalingen van RJ 645.218 zijn uitgebreid.

Voorziening jubileumuitkering

De jubileumvoorziening betreft een voorziening van toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, realisatiekans en opbouw naar rato van het dienstverband.

Pensioenvoorzieningen

De pensioenvoorziening is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW) en is naar haar aard een toegezegde pensioenregeling. Dynhus heeft in het geval van een tekort bij SPW geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen anders dan hogere toekomstige premies. De beleidsdekkingsgraad van SPW bedraagt december 2025 volgens opgave van het fonds 143,1% (2024: 130,3%).

Lang en kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden in eerste instantie opgenomen tegen reële waarde. Vervolgwaardering vindt plaats tegen geamortiseerde kostprijs. De geldleningen zijn opgenomen tegen de geamortiseerde kostprijs. De leningen worden afgelost op basis van een vooraf overeengekomen aflossingsschema. De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Grondslagen van resultaatbepaling in de jaarrekening

Algemeen

Woningcorporaties moeten hun winst-en-verliesrekening in de jaarrekening presenteren volgens de functionele indeling. De Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2018 stelt dit voor woningcorporaties verplicht, dit is ook in de herziene RJ 645 met ingang van verslagjaar 2018 opgenomen. Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Baten en lasten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd.

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten

Dit betreffen de te ontvangen netto huren, dus exclusief opbrengsten uit hoofde van servicecontracten, onder aftrek van de huurderving. De jaarlijkse huurverhoging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2025 bedroeg de huurverhoging 5,0% (2024: 5,3%).

Opbrengsten en lasten servicecontracten

Hier worden de opbrengsten en kosten opgenomen die worden gegenereerd uit de (op de huurexploitatie) afgesloten servicecontracten.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Onder deze categorie worden de directe en indirecte kosten verantwoord die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten, o.a. lonen en salarissen voor personeel* dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed.

* De lonen en de salarissen worden op grond van de arbeidsvoorwaarden opgenomen voor zover ze verschuldigd zijn aan de werknemers. De pensioenvoorziening is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor Woningcorporaties. Dynhus heeft één directeur-bestuurder. Voor de uitvoering van de Wet Normering Topinkomens (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de Beleidsregels toepassing WNT.

Lasten onderhoudsactiviteiten

De lasten onderhoud betreffen de werkelijke kosten inzake materiaalverbruik, werkzaamheden uitgevoerd door derden en de kosten voor het eigen werkapparaat, die gerelateerd zijn aan het vastgoed in exploitatie.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

De kosten die niet direct te relateren zijn aan het verhuren, beheren en onderhouden. Dit zijn kosten die worden veroorzaakt door het feit dat de corporatie vastgoed heeft zoals onroerendzaakbelasting, saneringsheffing, verhuurderheffing en verzekeringskosten.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De opbrengsten en kosten van direct uit bestaand bezit verkochte objecten worden hieronder opgenomen.

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Hier wordt de verkoopopbrengst verantwoord die wordt gerealiseerd op verkopen uit bestaand bezit en verkopen uit voorraad. De verkoopkosten worden gesaldeerd met de verkoopopbrengst van het vastgoed.

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

De boekwaarde van de verkochte eenheden wordt op moment van verkoop verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Bij verkoop uit bestaand bezit betreft dit de marktwaarde van het vorige boekjaar.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De overige waardeveranderingen worden gevormd door de waardevermindering die is ontstaan door gedurende het verslagjaar nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering (dit wordt ook wel aangeduid als een onrendabele top). Naast waardeverminderingen kunnen er ook terugnames van waardeverminderingen voorkomen.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de vastgoedobjecten in exploitatie, die gewaardeerd zijn op basis van marktwaarde in verhuurde staat.

Overige organisatiekosten

Betreft kosten die niet aan de overige activiteiten kunnen worden toegerekend. Voorbeelden van overige organisatiekosten zijn kosten op het gebied van: personeel en organisatie, jaarverslaggeving en toezicht.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel, leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten. De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten e.d.), onderhoud groenvoorziening, etc.

Financiële baten en lasten

De rentebaten en -lasten betreffen de op het verslagjaar betrekking hebbende te betalen, respectievelijk te ontvangen rente.

Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met de vrijgestelde winstbestandsdelen en na bijtelling van niet of beperkt aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met de mutaties in de latente belasting vorderingen en -schulden.

Grondslagen voor kasstroomoverzicht

Algemeen

Het kasstroomoverzicht is opgesteld in overeenstemming met de directe methode zoals opgenomen in RJ 360. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

Verdeling DAEB/Niet DAEB

Opbrengsten en kosten worden daadwerkelijk toegerekend.

Toelichting op de balans

1.1. Vastgoed in exploitatie

Bedrag x € 1.000
  Woningen Intramurale zorg* MOG* BOG* Garageboxen Totaal
  (DAEB) (DAEB) (DAEB) (niet-DAEB) (niet-DAEB)  
Stand per 01-01-2025:            
Boekwaarde (marktwaarde) 554.611 18.132 202 1.162 469 574.576
             
Mutaties in het boekjaar:            
Bij: nieuwbouw 630 1.739 152 0 0 2.521
Bij: splitsen/samenvoegen 0 580 0 0 0 580
Bij: investeringen 1.244 0 4 0 0 1.248
Af: verkoop -1.205 0 0 0 0 -1.205
Af: sloop 0 0 0 0 0 0
Waardeveranderingen 5.452 1.076 -8 -26 -91 6.403
Saldo 6.121 3.395 148 -26 -91 9.547
             
Stand per 31-12-2025:            
Boekwaarde (marktwaarde) 560.732 21.527 350 1.136 378 584.123
Beleidswaarde 355.668 21.527 350 1.136 378 379.059
             

Verloopstaat marktwaarde vastgoed in exploitatie

Het DAEB en niet-DAEB vastgoed laat een stijging van de vastgoedwaardering over 2025 zien van ca. € 9,5 mln. Dit betreft een waardegroei van 1,66%. De waarderingsparameters met de grootste impact op de waarde mutatie van de marktwaarde verhuurde staat in 2025 zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.

Bedrag x € 1.000
  DAEB Niet-DAEB Totaal
Marktwaarde 2024 (jaarrekening) 572.945 1.631 574.576
Voorraadmutaties 1.316 0 1.316
Verkoop / sloop / overig weg -1.205 0 -1.205
Nieuwbouw / aankoop / overig nieuw 2.521 0 2.521
Mutatie vastgoedgegevens 39.098 -57 39.041
Contract/max. huur 11.591 18 11.609
Leegstand 680 0 680
Mutatiegraad doorexploiteren -580 -79 -659
WOZ-waarde 24.692 4 24.696
Contractgegevens BOG/MOG/ZOG -119 0 -119
Complexdefinitie en verkooprestricties 2.834 0 2.834
Parameteraanpassingen a.g.v. van validatie handboek -6.450 -8 -6.458
Markthuur na validatie -705 0 -705
Disconteringsvoet na validatie -5.745 -8 -5.753
Parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen -24.300 -52 -24.352
Macro-economische parameters 502 -13 489
Reguliere huurstijging & markthuur 2.628 19 2.647
Leegwaardestijging 181 0 181
Splitsings- en verkoopkosten -63 -3 -66
Instandhoudings- en mutatieonderhoud -4.787 -16 -4.803
Beheerkosten -924 -1 -925
Belastingen en verzekeringen 191 0 191
Disconteringsvoet -21.777 -30 -21.807
Exit yield -251 -8 -259
Mutatie 2024-2025 9.664 -117 9.547
Marktwaarde 2025 582.609 1.514 584.123

Parameters marktwaarde gemiddeld per woning

  2025 2024
Markthuur per maand 993 909
Mutatiekans DE/UP 7,99%/ 8,90% 8,0%/ 8,79%
Exit yield DE/UP 5,27%/4,76% 5,50%/4,59%
Gemiddelde disconteringsvoet 6,80% 6,82%

Extra toelichting marktwaardewaardering

Ieder jaar wordt na 1 juli het handboek gevalideerd op basis van de waarderingsuitkomsten van het bezit van corporaties die de full-versie toepassen. Uit het validatierapport blijkt de methodiek onder druk staat en jaarlijks aanpassingen noodzakelijk zijn in de uitgangspunten om tot een aanvaardbare waardering te komen. Het validatie-effect van 2024 is conform voorgaande jaren als mutatie in de marktwaarde in verhuurde staat in de jaarrekening 2025 verwerkt. De jaarlijkse mutatie van de marktwaarde welke tot uitdrukking komt in de jaarrekening (waardeverandering vastgoedportefeuille) bestaat derhalve onder meer uit de marktontwikkeling over 2025 enerzijds en de validatie-effecten anderzijds.

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de methodiek zoals opgenomen in het Handboek marktwaarde en bedraagt per 31 december 2025 € 379,1 mln. De opbouw van de beleidswaarde per 31 december 2025 laat zich als volgt presenteren:

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Marktwaarde per 31 december 584.123 574.576
Afslag beschikbaarheid (doorexploiteren) -735 -43.161
Afslag betaalbaarheid (huur) -225.179 -189.942
Afslag kwaliteit (onderhoud) -70.393 -50.666
Afslag beheer (beheerkosten) 618 -1.147
Afslag disconteringsvoet 90.625 113.824
Totaal van Beleidswaarde 379.059 403.484

Extra toelichting beleidswaarde

De beleidswaarde is van de marktwaarde afgeleid in overeenstemming met de uitgangspunten zoals deze door de AW en WSW zijn voorgeschreven. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid Dynhus.

Norm beheer

Voor de normbeheerlasten is uitgegaan van het bedrag zoals opgenomen in de jaarrekening 2025, zijnde € 858 per verhuureenheid. Dit bedrag is gehanteerd op prijspeil 2025 en sluit aan bij de feitelijke lasten.

Norm onderhoud

Voor de bepaling van de onderhoudslasten komen wij uit op een gemiddelde norm van € 2.851. Deze norm omvat zowel regulier onderhoud als reparatie-, mutatie-, planmatig en vraaggestuurd onderhoud. Het onderhoud is doorgerekend over een periode van 60 jaar. Als basis voor het planmatig onderhoud is aangesloten bij de meest recente Meerjaren Onderhoudsbegroting (MJOB). Bij complexen met voorgenomen sloop is het onderhoudsniveau teruggebracht naar een gemiddeld niveau van instandhouding. Bij complexen waarvoor sprake is van een ingrijpende verbouwing, zijn de onderhoudsgerelateerde kosten verwerkt binnen de MJOB.
De onderhoudskosten laten in enkele jaren een piek zien als gevolg van gepland groot onderhoud. In de komende periode wordt gewerkt aan een verdere egalisatie van de onderhoudslasten over de volledige 60-jaars exploitatiehorizon, zodat een stabieler kostenniveau ontstaat binnen de beleidswaardeberekening.

Disconteringsvoet

Vanaf 2023 geldt een nieuwe grondslag voor de disconteringsvoet voor alle corporaties, deze wordt jaarlijks bijgewerkt. De disconteringsvoet 2025 is gebaseerd op een WACC-benadering (Weighted Average Cost of Capital): 4,22% voor DAEB en 4,76% voor niet-DAEB woningen.

Parameters beleidswaarde gemiddeld per woning

Voor de bepaling beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gem. per woning teruggerekend) als volgt:
  2025 2024
Gemiddelde streefhuur 628 602
Norm onderhoud 2.851 2.250
Norm beheer 858 835

Sensitiviteit beleidswaarde

Voor de beleidswaarde 2025 is een sensitiviteitsanalyse uitgevoerd. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde 2025 (x € 1.000) Effect op de beleidswaarde 2024 (x € 1.000)
Streefhuur per maand € 25 hoger 26.469 hoger 26.575 hoger
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger 27.952 lager 28.738 lager
Disconteringsvoet 0,5% hoger 35.722 lager 41.287 lager

Verwachte verkoop woningen in exploitatie

Ultimo 2025 waren 145 woningen gelabeld voor verkoop. Van de woningen in exploitatie wordt verwacht dat 10 woningen in 2026 worden verkocht met een opbrengstwaarde van € 2,6 mln. en een boekwaarde van € 1,6 mln..

Zekerheden

Aan gemeente De Fryske Marren recht van eerste hypotheek verleend voor een bedrag van € 21,4 mln. (incl. rentekosten) op meerdere complexen als zekerheid dienende voor de door deze gemeente verstrekte garanties op geldleningen.

Verzekering

De onroerende en roerende zaken in exploitatie zijn verzekerd tegen het risico van brand- en stormschade.

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Actuele waarde (WOZ-waarde) (peildatum 01-01-2024) (peildatum 01-01-2023)
DAEB vastgoed in exploitatie:    
DAEB – Woningen 738.168 694.016
DAEB – Intramurale zorg 16.766 16.048
DAEB – MOG 266 244
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie:    
Niet-DAEB – BOG 673 677
Niet-DAEB – Garageboxen 1.057 1.048
Totaal 756.930 712.033

1.2.Vastgoed in ontw. bestemd voor eigen exploitatie

Bedrag x € 1.000
  Stand 01-01-2025 Investering Overboeking naar ViE Voorziening onr. Inv. Stand 31-12-2025
Stand nieuwbouwprojecten:          
N16. Project: 43 app. Parkstraat/Pampusstraat (in aanbouw) 0  3.118  0  -2.183  935
N18. Project: 13 app. De Tuke (in expl. 2025)  470   3.888   -1.891   -2.467  0
N19. Project: Straatweg (ontwerpfase)  22   19  0 0 41
N21. Project: Lynbaen (haalbaarheidsonderzoek)  8   10  0 0 18
N22. Project: 3 wn. Parkstraat (in expl. 2025)  115   515  -630 0 0
H08. Project: Lemmer-West (ontwerpfase)  113   83  0 0 196
C140. Project: Wyckelerweg (ontwerpfase) 0  9  0 0 9
C736. Project: Kerklaan (ontwerpfase)  4  0 0 0 4
C855. Project: Y.W. van Dijkstraat (haalbaarheidsonderzoek)  18   43  0 0 61
Diverse lokaties (haalbaarheidsonderzoek) 0  2  0 0 2
Saldo nieuwbouw  750   7.687   -2.521   -4.650  1.266
           
Stand verbouwing:          
VB08. Project Weverswei 1 (in expl. 2025)  357   223  -580 0 0
Saldo verbouwing  357   223  -580 0 0
           
Stand sloop:          
C871. Straatweg - Lemmer  10   28  0 0 38
C318. Lynbaen - Workum  15  0 0 0 15
C842. Lemmer-West  19   136  0 0 155
C736. Kerklaan - St. Nicolaasga  6  0 0 0 6
C404. Zr. Jacobsstraat - Echtenerbrug  1   17  0 0 18
C663. Herenweg – Oosterzee  1   9  0 0 10
C855. Y.W. van Dijkstraat - Lemmer  1   9  0 0 10
Saldo sloop  53   199  0 0 252
           
Boekwaarde per 31 december 1.160 8.109 -3.101 -4.650 1.518

2.1. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Bedrag x € 1.000
Stand per 01-01-2025: Bedrijfspanden Inventarissen Vervoermiddelen Totaal
Aanschafwaarde  3.175   1.242   585   5.002 
Cum. Afschrijvingen  -695   -1.058   -372   -2.125 
Boekwaarde 01-01-2025  2.480   184   213   2.877 
         
Mutaties in het boekjaar:        
Bij: investeringen  6   240   1   247 
Af: desinvesteringen 0  -27   -1   -28 
Bij: corr. afschrijvingen 0  27   1   28 
Af: afschrijvingen  -80   -149   -63   -292 
Saldo  -74   91   -62   -45 
         
Stand per 31-12-2025:        
Aanschafwaarde  3.181   1.455   585   5.221 
Cum. Afschrijvingen  -775   -1.180   -434   -2.389 
Boekwaarde 31-12-2025  2.406   275   151   2.832 

Bedrijfspanden

Dynhus is juridische eigenaar van de bedrijfspanden: Eigen Haard 3 te Balk, Merk 17 te Workum en Straatweg 54 te Lemmer. Eigen Haard 3 te Balk wordt in 20 jaar afgeschreven.

Verzekering

De verzekerde waarde van de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie bedroeg per 31 december 2025: € 8.570.020 (2024: € 8.570.020). Betreft o.a. verzekering brand- en stormschade, bedrijfsschade en schade roerende zaken.

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Actuele waarde (WOZ-waarde) (peildatum 01-01-2024) (peildatum 01-01-2023)
Bedrijfspand – Eigen Haard 3 te Balk 960 960
Bedrijfspand – Merk 17 te Workum 67 66
Bedrijfspand – Straatweg 54 te Lemmer 541 541
Totaal 1.568 1.567

3.1. Latente belastingvorderingen

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Stand per 1 januari 746 916
Mutaties in het boekjaar:    
- ten laste van resultaat (disagio leningen) -21 -18
- ten laste van resultaat (fiscale afschrijvingen) -370 -152
Totaal mutaties in het boekjaar -391 -170
     
Stand per 31 december 355 746

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:

Disagio leningen

Het tijdelijk verschil inzake de leningenportefeuille bedraagt nominaal € 2.855 (2024: € 24.266) en is in de balans gewaardeerd tegen de contante waarde van € 2.806 (2024: € 23.794).

Latentie inzake fiscale afschrijvingen

Het woningbezit bestaat voor een deel uit woningen waarvan de fiscale boekwaarde zowel hoger ligt als de marktwaarde als 100% van de WOZ. Voor deze woningen kan gesteld worden dat er naar verwachting de komende periode fiscaal kan worden afgeschreven. Het exacte bedrag van de toekomstige fiscale afschrijvingen is afhankelijk van de WOZ ontwikkeling en toekomstige verkopen.
De latentie fiscale afschrijvingen bevat de fiscale afschrijving op woningen en m.w.a. t.d.v..
Voor nu is dat ingeschat op € 1.684.719 (2024: € 5.049.497). De latentie hierover bedraagt ultimo 2025 € 352.330 (2024: € 722.726).

4. Vorderingen

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
4.1. Huurdebiteuren 69 60
4.2. Overheid 163 6
4.3. Belastingen/premies soc.verz.:    
4.3.1. Omzetbelasting 56 54
4.3.2. Vennootschapsbelasting 269 318
Subtotaal 4.3. 325 372
4.4. Overige vorderingen 57 47
4.5. Overlopende activa* 53 53
     
Totaal van vorderingen 667 538
Looptijd < 1 jaar 667 538
Looptijd > 1 jaar 0 0

5. Liquide middelen

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
5.1. Rekening courant Rabobank 38 109
5.2. BedrijfsSpaarRekening Rabobank 3.642 937
Totaal liquide middelen 3.680 1.046
Deze middelen staan in zijn geheel ter vrije beschikking en de looptijd is korter dan één jaar.

6.1. Herwaarderingsreserves

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Stand per 1 januari 357.428 304.155
Realisatie verkoop -823 -580
Realisatie sloop 0 -2.101
Realisatie nieuwbouw 0 0
Totaal realisatie herwaardering -823 -2.681
Mutatie door herwaardering 2.994 55.954
Stand per 31 december 359.599 357.428
Betreft (positief) verschil tussen marktwaarde in verhuurde staat en historische kostprijs sociaal vastgoed. Behoudens bij verkoop is de realiseerbaarheid van deze herwaarderingsreserve nagenoeg nihil.

6.2. Overige reserves

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Stand per 1 januari 157.662 155.247
Resultaat na belastingen van het boekjaar 10.159 55.688
Ongerealiseerde herwaarderingsreserve -2.171 -53.273
Stand per 31 december 165.650 157.662
De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring door de Raad van Commissarissen reeds in de jaarrekening verwerkt. Het gehele resultaat is aan de overige reserves toegevoegd.

7.1. Voorziening voor onr. investeringen en herstructureringen

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Stand per 1 januari 5.631 1.001
Dotatie: onrendabele toppen:    
Project: PO-projecten 0 2.735
Project: 3 wn. Parkstraat 66-70 - Lemmer (N22) 0 336
Project: 43 app. Parkstraat/Pampusstraat - Lemmer (N16) -713 4.200
Project: 13 app. De Tuke - St. Nicolaasga (N18) 2.467 0
Project: 4 wn. Jhr van Eijsingastraat - St. Nicolaasga (C7021) 463 0
Project: 68 wn. Lemmer-West (C8421) 720 0
     
Onttrekking: bestede kosten:    
Project zonnepanelen: 600 woningen 0 -726
Project: PO-projecten -2.735 -275
Project: 3 wn. Parkstraat 66-70 - Lemmer (N22) 0 -336
Project: 43 app. Parkstraat/Pampusstraat - Lemmer (N16) -2.183 -1.304
Project: 13 app. De Tuke - St. Nicolaasga (N18) -2.467 0
Project: 4 wn. Jhr van Eijsingastraat - St. Nicolaasga (C7021) -463 0
Project: 68 wn. Lemmer-West (C8421) -720 0
Stand per 31 december 0 5.631
De voorziening voor onr. investeringen en herstructureringen is kortlopend van aard. Verwacht wordt dat een bedrag binnen 1 jaar wordt gerealiseerd.

7.2. Overige voorzieningen

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
Voorziening jubileumuitkeringen    
Stand per 1 januari 411 373
Af: onttrekking -311 39
Stand per 31 december 100 412
Looptijd voorziening jubileumuitkering < 5 jaar 42 39
Looptijd voorziening jubileumuitkering > 5 jaar 58 373
De voorziening voor jubileumuitkeringen is overwegend langlopend van aard.
Verwacht wordt dat een bedrag van € 42.418 binnen 5 jaar wordt gerealiseerd.

8.1. Schulden aan banken

  2025 2024
Stand per 1 januari 58.198 53.480
Bij: nieuwe leningen 5.000 5.000
Bij/Af: (terug) stortingen flexibele leningen 700 3.300
Af: aflossingen -1.091 -3.541
Af: Vrijval agio Vestialening -42 -41
Stand per 31 december 62.765 58.198
Af: Aflossingen 1e jaar na verslagjaar -3.634 -1.091
Langlopende verplichtingen 59.131 57.107
Aflossingsdeel >5 jaar 46.535 45.275
Gemiddeld rentepercentage 2,37% 2,39%
Marktwaarde excl. opgenomen rente 60.303 60.163
Duration 8,5 jaar 9,2 jaar
Stand per 31 december 62.765 58.198
Looptijd leningen < 5 jaar 13.233 9.658
Looptijd leningen > 5 jaar 49.532 48.540

Zekerheden

De rente en aflossing van een aantal leningen van kredietinstellingen worden gegarandeerd door het WSW. Voor deze leningen is garantie van het WSW verkregen tot een bedrag van 53,4 miljoen. Bovendien is gemeente De Fryske Marren recht van eerste hypotheek verleend op meerdere complexen voor een bedrag van € 21,4 mln. Het WSW verwacht voor de komende vijf jaren geen beroep te doen op de obligoverplichting.

Het laagste rentepercentage bedraagt 0,08%, het hoogste percentage bedraagt 5,67%. Tevens is er sprake van één lening met een variabele rente tegen 1-maands Euribor met een opslag van +0,10000 en één lening met een variabele rente tegen 1-weeks Euribor met een opslag van +0,37000.

9. Kortlopende schulden

  2025 2024
9.1. Schulden aan overheid 3 1
     
9.2. Schulden aan banken:    
9.2.1. Aflossingsdeel komend jaar 3.634 1.091
9.2.2. Vrijval agio Vestialening 42 41
Subtotaal 9.2. 3.676 1.132
     
9.3. Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.439 406
     
9.4. Schulden ter zake van belastingen/premies soc.verz./pensioenen:    
9.4.1. Omzetbelasting 641 203
9.4.2. Vennootschapsbelasting 1.437 0
9.4.3. Waterschapsbelasting 0 7
Subtotaal 9.4. 2.078 210
     
9.5. Overlopende passiva:    
9.5.1. Vooruit ontvangen huur 133 122
9.5.2. Niet vervallen rente leningen 127 129
9.5.3. Verlof/vakantie-uren 810 631
9.5.4. Nog te betalen projectkosten 283 0
9.5.5. Overig transitoria credit 146 72
Subtotaal 9.6. 1.499 954
     
Totaal van kortlopende schulden 8.695 2.703
Looptijd < 1 jaar 8.568 2.574
Looptijd > 1 jaar* 127 129

Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

1. Verplichtingen

Ultimo 2025 gelden de volgende verplichtingen:

Bedrag x € 1.000
  Totaal < 1 jaar 1-5 jaar > 5jaar
Uitgaven onderhoud en verbeteringen  1.250   1.250  0 0
Operational Leaseverplichtingen  38   12   26  0
Automatisering (ITRIS / NEH)  751   459   292  0
Totaal excl. btw  2.039   1.721   318  0
BTW (21%)  428   361   67  0
Totaal incl. btw  2.467   2.082   385  0
Uitgaven onderhoud en verbeteringen

Verplichting 2026 met Jorritsma Bouw: Planmatig onderhoud ad. € 271.415 ex. btw.
Verplichting 2026 met Gebr. Sikma: onderhoud ad. € 14.600 ex. btw.
Verplichting 2026 met Jorritsma Bouw: Planmatig onderhoud ad.€ 188.079 ex. btw.
Verplichting 2026 met Staveren & Livenco: Lift- en deuronderhoud ad. € 224.510 ex. btw.
Verplichting 2026 met Breman Service: CV en ventilatie systemen, totaalonderhoud installaties ad. € 315.378 ex. btw.
Verplichting 2026 met Energiewachtgroep: CV, WTW, Luchtverwarmers en WP ad. € 236.175 ex. btw.

Operational Leaseverplichtingen

Voor de mobiliteit van de directie is een operational leaseovereenkomt afgesloten met FrieslandLease. De verplichting korter dan een jaar bedraagt € 11.648 excl. btw. en langer dan een jaar, maar korter dan 5 jaar € 26.209 excl. btw.

Automatisering (ITRIS/NEH)

In 2020 is een contract aangegaan voor 7 jaar met ITRIS: ultimo 2025 verplichting ad. € 483.000 excl. btw.
In 2019 is een contract aangegaan voor 5 jaar met NEH: ultimo 2025 verplichting ad. € 137.000 excl. btw.

2. Zekerheden

De rente en aflossing van een groot aantal leningen van kredietinstellingen worden gegarandeerd door het WSW. Voor deze leningen is garantie van het WSW verkregen tot een bedrag van € 53,4 miljoen.
Voor de overige leningen is garantie van de gemeente De Fryske Marren en gemeente Súdwest Fryslân verkregen. Bovendien is aan gemeente De Fryske Marren recht van eerste hypotheek verleend op meerdere complexen voor een bedrag van € 21,4 miljoen.

3. Saneringssteun

Dynhus moet mogelijk de komende jaren nog bijdragen aan door de Autoriteit woningcorporaties opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen. Voor 2025 was de saneringsheffing nihil.

4. Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Dynhus is WSW deelnemer en heeft daardoor een obligoverplichting naar het WSW. De obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het WSW een bepaald bedrag over te maken. De hoogte van dat bedrag is afhankelijk van het bedrag aan geborgde leningen. Op grond hiervan is Dynhus verplicht een obligo (€ 1.389.000) aan te houden van 2,60% van het nominale bedrag (€ 53,417 miljoen) waarvoor WSW borgstelling heeft verleend. Zolang het risicovermogen van het WSW voldoende is om eventuele betalingsverplichting van WSW-deelnemers over te nemen, wordt geen beroep gedaan op deze obligoverplichting.

Daarnaast is er de verplichting tot betaling van het jaarlijks obligo. Deze geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Door middel van heffing van jaarlijks obligo blijft het risicovermogen van WSW op peil. Dit is met name noodzakelijk voor het voldoen van reguliere rente- en aflossingsverplichtingen die WSW moet voldoen wanneer WSW wordt aangesproken op verstrekte borgstellingen. Het jaarlijkse obligo is maximaal 0,65% van het geborgde volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. In 2025 was het obligo 0,0269%.

Als onderpand voor de WSW-geborgde leningen is in de dVi 2024 € 738,8 miljoen aan WOZ-waarde als onderpand ingezet (peildatum WOZ-waarde 01-01-2024). In 2021 is op verzoek van het WSW een volmacht afgegeven aan het WSW om hypotheekrecht te vestigen op het onderpand, in lijn met artikel 30 van het WSW reglement. Hierdoor kan het WSW bij eventueel niet-nakoming van betalingsverplichtingen door de corporatie direct hypotheekrecht vestigen zonder dat hiertoe vooraf de formele bevestiging benodigd is van bestuur en commissarissen.

5. Prestatieafspraken en ontwikkeling projecten

Met de gemeenten en de huurdersorganisaties in de woningmarktgebieden waarin we actief zijn, maken we (jaarlijkse)prestatieafspraken. Deze afspraken gaan over beschikbaarheid van de sociale voorraad, betaalbaarheid, duurzaamheid, leefbaarheid, huisvesting van bijzondere doelgroepen en samenwerking.
In 2025 evalueerden we, in beide gemeenten, de jaarschijf van het voorgaand jaar en is de jaarschijf 2026 opgesteld. Onderstaande tabel laat zien met welke gemeenten we prestatieafspraken hebben gemaakt.

Gemeente Raam-overeenkomst Prestatieafspraken in 2024* Looptijd Zicht op nieuwe afspraken in 2026
De Fryske Marren 2024-2027 ja Eind 2027 Ja, jaarlijks een jaarschijf
Súdwest Fryslân 2025-2028 ja Eind 2028 Ja, jaarlijks een jaarschijf
6. Ontvangen claims

Er zijn geen claims ontvangen in 2025.

7. Verplichting loopbaanontwikkelingsbudget

Alle werknemers met een 36-urige werkweek die in dienst zijn van de werkgever hebben per kalenderjaar recht op een individueel loopbaanontwikkelingsbudget van € 900 (of naar rato). De omvang van het dienstverband (fulltime of parttime) op 1 januari bepaalt de hoogte en het maximum van het budget. De werknemer kan zijn recht op het individueel loopbaanontwikkelingsbudget sparen tot een maximum van € 4.500. Er mag op basis van de CAO woondiensten tot drie jaar extra € 900 vooruit worden gevraagd.

8. Gebeurtenissen na balansdatum

Na de balansdatum van 1 januari 2026 hebben geen belangrijke gebeurtenissen plaatsgevonden die verwerking in de jaarrekening 2025 behoeven.

Toelichting winst- en verliesrekening

1. Exploitatie vastgoedportefeuille

Bedrag x € 1.000
  2025 2024
1.1. Huuropbrengsten    
1.1.1. Woningen en woongebouwen (DAEB) 23.771 22.625
1.1.3. Intramurale zorg (DAEB) 1.342 1.327
1.1.2. Maatschappelijk onroerend goed (DAEB) 11 11
1.1.4. Bedrijfsmatig onroerend goed (Niet-DAEB) 91 54
1.1.5. Garageboxen (Niet-DAEB) 34 32
Subtotaal 1.1. 25.249 24.049
1.1.6. Af: huurderving wegens leegstand -246 -135
1.1.7. Af: huurderving wegens oninbaarheid -21 -8
Totaal huuropbrengsten 24.982 23.906
  2025 2024
1.2. Opbrengsten servicecontracten    
1.2.1. Opbrengsten servicecontracten 814 753
1.2.2. Af: huurderving wegens leegstand -2 -5
1.2.3. Te verrekenen met huurders -7 -3
Totaal opbrengsten servicecontracten 805 745
  2025 2024
1.3. Lasten servicecontracten    
1.3.1. Lasten servicecontracten 724 730
1.3.2. Toegerekende organisatiekosten 166 203
Totaal lasten servicecontracten 890 933
  2025 2024
1.4. Lasten verhuur en beheeractiviteiten    
1.4.1. Personeelskosten:    
1.4.1.1. Lonen en salarissen:    
1.4.1.1.1. Brutosalarissen 2.612 2.487
1.4.1.1.2. Ontvangen ziektegeld -61 -52
1.4.1.1.3. Uitzendkrachten 681 214
Subtotaal 1.4.1.1. 3.232 2.649
1.4.1.2. Sociale lasten 434 412
1.4.1.3. Pensioenlasten 332 285
Totaal personeelskosten 3.998 3.346
Gemiddeld aantal FTE: 42,07 38,68
     
1.4.2. Bedrijfskosten:    
1.4.2.1. Overige personeelskosten 142 343
1.4.2.2. Huisvestingskosten 203 172
1.4.2.3. Algemene kosten 1.228 1.094
1.4.2.4. Afschrijving t.d.v. exploitatie 293 360
1.4.2.5. Overige baten/lasten (incl. voorraad) -33 -46
Totaal bedrijfskosten 1.833 1.923
     
1.4.3. Toegerekende organisatiekosten*    
1.4.3.1. Af: toeger. organisatiekosten verk. resultaat vastg. port. -29 -26
1.4.3.2. Af: toeger. organisatiekosten lasten servicecontracten -166 -203
1.4.3.3. Af: toeger. organisatiekosten lasten onderhoud -1.817 -1.905
1.4.3.4. Af: toeger. organisatiekosten ov. organisatiekosten -991 -685
1.4.3.5. Af: toeger. organisatiekosten leefbaarheid -641 -606
Totaal toegerekende organisatiekosten -3.644 -3.425
     
Totaal lasten verhuur en beheeractiviteiten 2.187 1.844
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
1.5. Lasten onderhoudsactiviteiten    
1.5.1. Reparatieonderhoud 1.265 1.310
1.5.2. Mutatieonderhoud 842 934
1.5.3. Vraaggestuurd onderhoud 1.853 2.078
1.5.4. Planmatig onderhoud 4.583 6.077
Subtotaal incl. toegerekende organisatiekosten 8.543 10.399
1.5.6. Vergoeding onderhoud: huurders -45 -71
Totaal lasten onderhoudsactiviteiten 8.498 10.328
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
1.6. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
1.6.1. Onroerendzaakbelasting 651 645
1.6.2. Waterschapslasten 556 532
1.6.3. Rioolheffing 70 69
1.6.4. Verzekeringskosten 70 59
1.6.5. Verhuurderbijdrage 20 16
Totaal ov. dir. operationele lasten exploitatie bezit 1.367 1.321
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
2. Resultaat verkoop vastgoedportefeuille    
2.1. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille:    
2.1.1. Opbrengsten verkopen bestaand bezit 1.535 1.052
2.1.2. Verkoopresultaat grond -5 9
2.1.3. Af: Direct toerekenbare verkoopkosten -30 -21
Subtotaal 2.1. 1.500 1.040
2.2. Af: Toegerekende organisatiekosten -29 -26
2.3. Af: boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.205 -844
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 266 170
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille    
3.1. Ov. waardeveranderingen vastgoedportefeuille:    
3.1.1. Project: Zuiderzeestr.-fase 1 - Lemmer (H02) 0 3
3.1.2. Project: Doltewal - Workum (N14) 0 1
3.1.3. Project: 3 wn. Parkstraat 66-70 - Lemmer (N22) 9 925
3.1.4. Project: 13 app. De Tuke - St. Nicolaasga (N18) 2.469 48
3.1.5. Project: 43 app. Parkstraat/Pampusstraat - Lemmer (N16) -713 5.905
3.1.6. Project: 4 wn. Jhr van Eijsingastraat - St. Nicolaasga (C7021) 463 0
3.1.7. Project: 68 wn. Lemmer-West (C8421) 720 0
3.1.8. Diverse lokaties - haalbaarheidsonderzoek 4 61
3.1.9. Project: Diverse PO-projecten 0 8.071
Subtotaal 2.952 15.014
3.2. Niet – gerealiseerde waardeveranderingen* -6.403 -65.543
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.451 -50.529
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
4. Overige organisatiekosten    
4.1. Bijdrage PV/OR/HV/KK/AEDES/KWH 176 83
4.2. Taxatiekosten 13 20
4.3. Controlekosten accountant*1 129 102
4.4. Advieskosten*2 370 212
4.5. Bijdrageheffing AW 21 19
4.6. WSW Obligo 13 14
4.7. Warmtenet Balk 11 13
4.8. Kosten Raad van Commissarissen 88 92
4.9. Kosten HRM 82 72
4.10. Kosten Communicatie & PR 100 15
4.11. Kosten DB/Controller (interim) 52 4
4.12. Toegerekende organisatiekosten 991 685
Totaal overige organisatiekosten 2.046 1.331
Bedrag x € 1.000
    2025 2024
Specificatie honoraria accountantsorganisaties Accountantsorganisatie:    
*¹ Controlewerkzaamheden jaarrekening Forvis Mazars 122  95 
*¹ Controle dVi Forvis Mazars
*² Fiscale adviesdiensten BDO 52  35 
Totaal gefactureerde bedragen   181  137 
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
5. Leefbaarheid    
5.1. Kosten leefbaarheid 106 163
5.2. Toegerekende organisatiekosten 641 606
Totaal leefbaarheid 747 769
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
6. Financiële baten en lasten    
6.1. Rentebaten en soortgelijke opbrengsten:    
6.1.1. Rente Rabobank 54 27
6.1.2. Vrijval agio Vestia-lening 41 41
Subtotaal 95 68
6.2. Rentelasten en soortgelijke kosten:    
6.2.1. Rente leningen kredietinstellingen 1.490 1.391
6.2.2. Boete/debetrente 0 3
Subtotaal 1.490 1.394
Totaal van financiële baten en lasten 1.395 1.326
Bedrag x € 1.000
  2025 2024
7. Belastingen    
7.1. Te betalen vennootschapsbelasting 1.824 1.640
7.2. Latentie leningen 21 18
7.3. Latentie fiscale afschrijvingen 370 152
Totaal belastingen 2.215 1.810

Toelichting belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat vóór belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren, de vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van de niet-aftrekbare kosten.
Ingevolge de integrale belastingplicht is vanuit het commerciële resultaat het fiscaal belastbaar bedrag berekend en de daaruit voortvloeiende vennootschapsbelasting over 2025. Er is tevens rekening gehouden met de generieke renteaftrekbeperking conform de fiscale MJB.

De aangifte vennootschapsbelasting 2024 moet vóór 1 september 2026 worden ingediend. Tot en met 2020 zijn definitieve aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd. Sinds 2020 beschikt Stichting Dynhus niet over verrekenbare verliezen. De berekening van de belastingplicht is als volgt opgebouwd:

Bedrag x € 1.000
    Jaarrekening 2025
Commercieel jaarresultaat vóór belastingen   12.374
     
Bij:    
+ Fiscaal lagere waardeveranderingen 2.973  
+ Fiscaal lagere afschrijvingen 34  
+ Fiscaal hogere boekwinst verkopen 489  
    3.496
Af:    
- Fiscaal hogere onderhoudslasten -664  
- Fiscaal hogere afschrijvingen -723  
- Fiscaal geen waardeveranderingen -6.403  
- Vrijval (dis)agio op leningen kredietinstellingen (last) -89  
- Fiscaal lagere overige bedrijfsopbrengsten -51  
- Fiscaal aanwending herinvesteringsreserve -801  
- Fiscaal hogere bedrijfslasten -6  
    -8.737
Belastbare winst 2025   7.133
     
Extracomptabele correctie    
Af:    
- Dotatie herinvesteringsreserve -801  
- Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek -11  
    -812
Bij:    
+ Beperkt aftrekbare kosten 9  
+ Onttrekking herinvesteringsreserve 801  
    810
Belastbaar bedrag voor verliesverrekening   7.131
Af: te verrekenen verliezen   0
Belastbaar bedrag 2025   7.131
     
- 1e schijf tot € 200.000, tarief 19,0%, belastbaar € 200.000 38  
- 2e schijf vanaf € 200.000, tarief 25,8%, belastbaar € 7.131.094 1.788  
Te betalen vennootschapsbelasting*   1.826
     
Winst na belasting 2025   5.305
     
Te betalen vennootschapsbelasting 2025   1.826
Betaalde voorlopige aanslagen 2025   389
Terug te betalen vennootschapsbelasting over 2025   1.437

WNT-verantwoording

Bezoldiging topfunctionarissen

Op 1 januari 2013 is de Wet Normering Topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Dynhus. Op basis van de omvang van de woningcorporatie en de omvang van de grootste gemeente waar de woningcorporatie minimaal 20% van haar woningbezit heeft, valt Dynhus binnen de staffel die voor woningcorporaties is vastgesteld, in bezoldigingsklasse E (maximale bezoldiging in 2025 van € 180.000) (2024: € 170.000). De in dit verslag opgenomen vergelijkende WNT-cijfers 2024 wijken af van de bedragen zoals opgenomen in het eerdere jaarverslag 2024. Deze afwijking wordt veroorzaakt door een correctie vanuit de eigen controlebevindingen.

2025 - Specificatie bezoldiging (bedragen in €) A.A.C. Bouckaert
Functiegegevens directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling 01-01 – 31-12
Deeltijdfactor in fte 1 fte
Dienstbetrekking ja
   
Opbouw bezoldiging directeur-bestuurder (bedragen in €) 2025
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 131.316
Beloningen betaalbaar op termijn 18.767
Subtotaal 150.083
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 180.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t.
Bezoldiging in het kader van de WNT 150.083
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
2024 - Specificatie bezoldiging (bedragen in €) A.A.C. Bouckaert
Functiegegevens directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling 01-01 – 31-12
Deeltijdfactor in fte 1 fte
Dienstbetrekking ja
  Jaarrekening
Opbouw bezoldiging directeur-bestuurder (bedragen in €) 2024
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 122.310
Beloningen betaalbaar op termijn 16.022
Subtotaal 138.332
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 170.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t.
Bezoldiging in het kader van de WNT 138.332
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.

Toezichthoudende topfunctionarissen

De WNT geeft ten aanzien van de bezoldiging van commissarissen aan dat deze per 1 januari 2015 maximaal 10% (lid) of 15% (voorzitter) mag bedragen van de voor de organisatie geldende maximale bezoldiging van de directeur-bestuurder. De VTW schrijft lagere maximale percentages voor van 8% en 12%. Zij wil hiermee een signaal afgeven richting de maatschappelijke omgeving. De bezoldiging van de RvC was in 2025 ruim lager dan de percentages van de WNT.

Reis- en onkostenvergoeding

De leden van de Raad van Commissarissen kunnen werkelijk gemaakte reis-en onkosten declareren. De reiskosten per eigen auto worden vergoed op basis van de fiscaal maximaal onbelaste vergoeding per kilometer of die van openbaar vervoer op basis van gemaakte kosten voor openbaar vervoer.

Specificatie bezoldiging (bedragen in €)
2025 E.A. Groot A.J. Roos M. Bakker S.J. Oord R. Hoving
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12
Bezoldiging 19.440 12.960 12.960 12.960 12.960
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 27.000 18.000 18.000 18.000 18.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t
Totaal bezoldiging 19.440 12.960 12.960 12.960 12.960
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t n.v.t.
Specificatie bezoldiging (bedragen in €)
2024 M.A. Wiersma E.A. Groot A.J. Roos M. Bakker S.J. Oord
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling 01-01/15-05 01-01/ 15-05 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12
Bezoldiging 6.863 4.575 12.200 12.200 12.200
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 9.475 6.317 17.000 17.000 17.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t n.v.t
Totaal bezoldiging 6.863 4.575 12.200 12.200 12.200
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t n.v.t. n.v.t. n.v.t
Specificatie bezoldiging (bedragen in €)
2024 E.A. Groot M.A. Wiersma R. Hoving
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling 16-05/31-12 16-05/30-06 15-07/31-12
Bezoldiging 11.438 1.525 5.592
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 16.025 2.137 7.896
-/- Onverschuldigd betaald bedrag n.v.t n.v.t n.v.t
Totaal bezoldiging 11.438 1.525 5.592
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.

In 2025 is geen sprake van een uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen of leidinggevende topfunctionarissen met of zonder een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Dynhus hanteert het verlicht regime. Niet-DAEB activiteit zijn zeer gering.
De gesegmenteerde winst- en verliesrekeningen en kasstroomoverzichten zijn op de volgende pagina’s opgenomen.

(x €1.000)
  DAEB Niet- DAEB Realisatie
  2025 2025 2025
1. Resultaat exploitatie vastgoedportefeuille      
1.1. Huuropbrengsten 24.856 126 24.982
1.2. Opbrengsten servicecontracten 805 0 805
1.3. Lasten servicecontracten -890 0 -890
1.4. Lasten verhuur en beheeractiviteiten -2.187 0 -2.187
1.5. Lasten onderhoudsactiviteiten -8.467 -31 -8.498
1.6. Overige dir. operationele lasten exploitatie bezit -1.362 -5 -1.367
Totaal van netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 12.755 90 12.845
       
2. Resultaat verkoop vastgoedportefeuille      
2.1. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.500 0 1.500
2.2. Toegerekende organisatiekosten -29 0 -29
2.3. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.205 0 -1.205
Totaal van netto gerealiseerd resultaat verk. vastgoedport. 266 0 266
       
3. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille      
3.1. Overige waardeverandering van vastgoedportefeuille -2.952 0 -2.952
3.2. Niet-ger. waardeverandering vastgoedportefeuille 6.520 -117 6.403
Totaal van waardeveranderingen vastgoedportefeuille 3.568 -117 3.451
       
4. Overige organisatiekosten -2.046 0 -2.046
       
5. Kosten omtrent leefbaarheid -747 0 -747
       
6. Financiële baten en lasten      
6.1. Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 95 0 95
6.2. Rentelasten en soortgelijke kosten -1.490 0 -1.490
Totaal van financiële baten en lasten -1.395 0 -1.395
       
Totaal van resultaat voor belastingen 12.401 -27 12.374
       
7. Belastingen -2.215 0 -2.215
       
Nettoresultaat na belastingen 10.186 -27 10.159
(x €1.000)
  DAEB Niet- DAEB Realisatie
  2025 2025 2025
KASSTROOM OPERATIONELE ACTIVITEITEN      
1.1. Huuropbrengsten 24.860 126 24.986
1.2. Vergoedingen 801 0 801
1.3. Overige bedrijfsopbrengsten 109 0 109
1.4. Ontvangen interest 27 0 27
Saldo ingaande kasstromen 25.797 126 25.923
       
1.5. Betaling aan werknemers 3.544 0 3.544
1.6. Onderhoudsuitgaven 6.288 31 6.319
1.7. Overige bedrijfsuitgaven 5.289 5 5.294
1.8. Betaalde interest 1.313 0 1.313
1.9. Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 34 0 34
1.10. Leefbaarheid externe uitgaven niet inv.gebonden 112 0 112
1.11. Vennootschapsbelasting 338 0 338
Saldo uitgaande kasstromen 16.918 36 16.954
       
Totaal van kasstroom uit operationele activiteiten 8.879 90 8.969
       
KASSTROOM (DES) INVESTERINGSACTIVITEITEN      
M.V.A. ingaande kasstroom:      
2.1. Verkoopontvangsten bestaande huur 1.536 0 1.536
2.2. Verkoopontvangsten grond 2 0 2
Totaal van ontvangsten uit hoofde van vervreemding van MVA 1.538 0 1.538
       
2.3. Nieuwbouw huur 7.062 0 7.062
2.4. Verbeteruitgaven 4.970 0 4.970
2.5. Aankoop 5 0 5
2.6. Sloopuitgaven 203 0 203
2.7. Investeringen overig 242 0 242
Totaal van verwerving van MVA 12.482 0 12.482
       
Totaal van kasstroom uit investeringsactiviteiten -10.944 0 -10.944
       
Kasstroom financieringsactiviteiten      
Ingaand:      
3.1. Nieuwe te borgen leningen 5.700 0 5.700
3.2. Nieuwe ongeborgde leningen 0 0 0
3.3. Aflossing geborgde leningen 307 0 307
3.4. Aflossing ongeborgde leningen 784 0 784
Totaal van kasstroom uit financieringsactiviteiten 4.609 0 4.609
       
Toename (afname) van geldmiddelen 2.544 90 2.634
       
Geldmiddelen aan het begin van de periode     1.046
Geldmiddelen aan het einde van de periode     3.680